tirailleren
werkwoordBetekenis
- in verspreide gevechtsorde strijden
Vervoeging van tirailleren
tiraillerenhele werkwoord — tirailleerdeverleden tijd enkelvoud — tirailleerdenverleden tijd meervoud — getirailleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tirailleer | tirailleerde |
| jij | tirailleert | tirailleerde |
| hij, zij, het | tirailleert | tirailleerde |
| wij | tirailleren | tirailleerden |
| jullie | tirailleren | tirailleerden |
| zij | tirailleren | tirailleerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| getirailleerd | verleden tijd, deelwoord |
| getirailleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getirailleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getirailleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getirailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getirailleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getirailleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getirailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getirailleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getirailleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getirailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getirailleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getirailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getirailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getirailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getirailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getirailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getirailleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getirailleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tirailleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tirailleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tirailleer | gebiedende wijs |
| tirailleerde | verleden tijd |
| tiraillere | aanvoegende wijs |
| tiraillerend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getirailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getirailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getirailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getirailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getirailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getirailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getirailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getirailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getirailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getirailleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getirailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getirailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getirailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tirailleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getirailleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tirailleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse tirailler (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van tirailleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getirailleerd | voltooid deelwoord | tirailleren |
| tirailleer | gebiedende wijs | tirailleren |
| tirailleerde | verleden tijd | tirailleren |
| tirailleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tirailleren |
| tirailleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tirailleren |
| tiraillere | aanvoegende wijs | tirailleren |
| tiraillerend | onvoltooid deelwoord | tirailleren |
| tiraillerende | woordvorm | tirailleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tirailleren zijn vastgelegd.