Naar de inhoud

timen

een tijdstip of de tijdsduur van een bezigheid bewust kiezen

timen

werkwoord ˈtɑjmə(n)

Betekenis

  1. een tijdstip of de tijdsduur van een bezigheid bewust kiezen
  2. een tijdstip of tijdsduur precies vaststellen met een nauwkeurig uurwerk

Hoe spreek je timen uit?

/ˈtɑjmən/

Timen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtɑjmən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ɑ bad
j ja
m maan
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van timen

timenhele werkwoord — timedeverleden tijd enkelvoud — timedenverleden tijd meervoud — getimedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik time timede
jij timet timede
hij, zij, het timet timede
wij timen timeden
jullie timen timeden
zij timen timeden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is getimed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getimed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getimed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getimed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getimed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getimed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getimed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getimed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getimed verleden tijd, deelwoord
getimed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getimed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getimed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getimed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getimed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getimed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getimed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getimed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getimed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getimed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getimed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getimed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getimed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getimed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getimed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getimed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getimed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getimed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te timen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen timen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
time gebiedende wijs
time aanvoegende wijs
timede verleden tijd
timend onvoltooid, deelwoord
zal getimed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getimed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getimed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal timen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal timen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal timen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getimed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getimed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getimed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou timen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou timen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou timen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getimed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getimed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getimed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden timen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden timen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden timen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getimed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt timen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getimed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getimed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getimed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen timen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen timen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen timen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen timen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getimed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult timen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

[1] van Engels time ww

Woordfamilie van timen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getimed voltooid deelwoord timen
getimede woordvorm timen
time gebiedende wijs timen
timede verleden tijd timen
timeden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon timen
timend onvoltooid deelwoord timen
timende woordvorm timen
timet aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon timen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van timen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over timen

Hoe spreek je timen uit?
De uitspraak van timen is: /ˈtɑjmə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent timen?
Timen is een werkwoord. Het woord betekent: een tijdstip of de tijdsduur van een bezigheid bewust kiezen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je timen?
Je vervoegt timen als volgt: de tegenwoordige tijd is time, de verleden tijd is timede en het voltooid deelwoord is getimed. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord timen is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. I 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

timen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. I 2
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 zonder bonus
  7. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

timen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

timen in het kort

timen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van timen zijn 39 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort timen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

timen: een tijdstip of de tijdsduur van een bezigheid bewust kiezen
Deel timen — standaardnederlands.nl