Naar de inhoud

tijdrekken

trachten een proces te verhinderen door moedwillig tijd te verspillen

tijdrekken

werkwoord

Betekenis

  1. trachten een proces te verhinderen door moedwillig tijd te verspillen

Vervoeging van tijdrekken

tijdrekkenhele werkwoord — rekte tijdverleden tijd enkelvoud — rekten tijdverleden tijd meervoud — tijdgerektvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rek tijd rekte tijd
jij rekt tijd rekte tijd
hij, zij, het rekt tijd rekte tijd
wij rekken tijd rekten tijd
jullie rekken tijd rekten tijd
zij rekken tijd rekten tijd
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is tijdgerekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was tijdgerekt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd tijdgerekt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt tijdgerekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal tijdgerekt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal tijdgerekt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou tijdgerekt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou tijdgerekt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had tijdgerekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had tijdgerekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had tijdgerekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden tijdgerekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden tijdgerekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden tijdgerekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt tijdgerekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb tijdgerekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tijdgerekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben tijdgerekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tijdgerekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben tijdgerekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt tijdgerekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tijdgerekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tijdgerekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rek tijd gebiedende wijs
rekte tijd verleden tijd
te hebben tijdgerekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tijdrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tijd te rekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tijd te zullen rekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tijd zal rekken bijzin, toekomende tijd
tijd zou rekken bijzin, voorwaardelijk
tijd zouden rekken bijzin, voorwaardelijk
tijd zoudt rekken bijzin, voorwaardelijk
tijd zullen rekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
tijd zullen rekken bijzin, toekomende tijd
tijd zult rekken bijzin, toekomende tijd
tijdgerekt verleden tijd, deelwoord
tijdgerekt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tijdgerekt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tijdrek bijzin, tegenwoordige tijd
tijdrekkend onvoltooid, deelwoord
tijdrekt bijzin, tegenwoordige tijd
tijdrekte bijzin, verleden tijd
tijdrekten bijzin, verleden tijd
zal tijdgerekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tijdgerekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal tijdgerekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal tijdrekken bijzin, toekomende tijd
zou tijdgerekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tijdgerekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tijdgerekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou tijdrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) tijdrekken tijd zou(dt) rekken bijzin, voorwaardelijk
zouden tijdgerekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden tijdgerekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden tijdgerekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden tijdrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt tijdgerekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt tijdrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen tijdgerekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen tijdgerekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen tijdgerekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tijdrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen tijdrekken bijzin, toekomende tijd
zult tijdgerekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tijdrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult tijdrekken bijzin, toekomende tijd
zult/zal tijdrekken tijd zult/zal rekken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van tijd bw en rekken

Woordfamilie van tijdrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
rek tijd gebiedende wijs tijdrekken
rekke tijd woordvorm tijdrekken
rekken tijd aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon tijdrekken
rekt tijd aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tijdrekken
rekte tijd verleden tijd tijdrekken
rekten tijd aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tijdrekken
tijdgerekt voltooid deelwoord tijdrekken
tijdrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd tijdrekken
tijdrekke with-subordinate-clause tijdrekken
tijdrekkend onvoltooid deelwoord tijdrekken
tijdrekkende woordvorm tijdrekken
tijdrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd tijdrekken
tijdrekte subordinate-clause, verleden tijd tijdrekken
tijdrekten subordinate-clause, verleden tijd tijdrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tijdrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tijdrekken

Wat betekent tijdrekken?
Tijdrekken is een werkwoord. Het woord betekent: trachten een proces te verhinderen door moedwillig tijd te verspillen.
Hoe vervoeg je tijdrekken?
Je vervoegt tijdrekken als volgt: het voltooid deelwoord is tijdgerekt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tijdrekken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. I 1
  3. J 4
  4. D 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tijdrekken levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. I 2
  3. J 4
  4. D 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tijdrekken in het kort

tijdrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van tijdrekken zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tijdrekken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tijdrekken: trachten een proces te verhinderen door moedwillig tijd te verspillen
Deel tijdrekken — standaardnederlands.nl