thuishaven
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de haven waar een schip geregistreerd is
- de plaats waar iets of iemand thuis hoort of zich thuis voelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| thuishavens | meervoud |
| thuishaventje | verkleinwoord, enkelvoud |
| thuishaventjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van thuis zn en haven zn , voor het eerst aangetroffen eind 19e eeuw.
Woordfamilie van thuishaven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| thuishavens | meervoud | thuishaven |
| thuishaventje | verkleinwoord | thuishaven |
| thuishaventjes | verkleinwoord meervoud | thuishaven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thuishaven zijn vastgelegd.