Naar de inhoud

thuisbezorgen

afleveren aan huis

thuisbezorgen

werkwoord /tœysbəzɔrɣə(n)/

Betekenis

  1. afleveren aan huis

Hoe spreek je thuisbezorgen uit?

/tœysbəzɔrxən/

Thuisbezorgen bestaat uit vier lettergrepen.

De tekens in /tœysbəzɔrxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
œy huis
s sok
b bak
ə de
z zon
ɔ bot
r rood
x acht
n nek

Vervoeging van thuisbezorgen

thuisbezorgenhele werkwoord — bezorgde thuisverleden tijd enkelvoud — bezorgden thuisverleden tijd meervoud — thuisbezorgdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bezorg thuis bezorgde thuis
jij bezorgt thuis bezorgde thuis
hij, zij, het bezorgt thuis bezorgde thuis
wij bezorgen thuis bezorgden thuis
jullie bezorgen thuis bezorgden thuis
zij bezorgen thuis bezorgden thuis
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bezorg thuis gebiedende wijs
bezorgde thuis verleden tijd
er is thuisbezorgd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was thuisbezorgd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd thuisbezorgd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt thuisbezorgd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal thuisbezorgd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal thuisbezorgd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou thuisbezorgd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou thuisbezorgd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben thuisbezorgd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben thuisbezorgd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen thuisbezorgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
thuis te bezorgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
thuis te zullen bezorgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
thuis zal bezorgen bijzin, toekomende tijd
thuis zou bezorgen bijzin, voorwaardelijk
thuis zouden bezorgen bijzin, voorwaardelijk
thuis zoudt bezorgen bijzin, voorwaardelijk
thuis zullen bezorgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
thuis zullen bezorgen bijzin, toekomende tijd
thuis zult bezorgen bijzin, toekomende tijd
thuisbezorg bijzin, tegenwoordige tijd
thuisbezorgd verleden tijd, deelwoord
thuisbezorgd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
thuisbezorgd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
thuisbezorgd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
thuisbezorgd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
thuisbezorgd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
thuisbezorgd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
thuisbezorgd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
thuisbezorgd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
thuisbezorgd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
thuisbezorgd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
thuisbezorgde bijzin, verleden tijd
thuisbezorgden bijzin, verleden tijd
thuisbezorgend onvoltooid, deelwoord
thuisbezorgt bijzin, tegenwoordige tijd
waart thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was thuisbezorgd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt thuisbezorgd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal thuisbezorgd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal thuisbezorgd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal thuisbezorgd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal thuisbezorgd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal thuisbezorgd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal thuisbezorgen bijzin, toekomende tijd
zijn thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt thuisbezorgd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou thuisbezorgd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou thuisbezorgd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou thuisbezorgd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou thuisbezorgd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou thuisbezorgd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou thuisbezorgd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou thuisbezorgen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) thuisbezorgen thuis zou(dt) bezorgen bijzin, voorwaardelijk
zouden thuisbezorgd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden thuisbezorgd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden thuisbezorgd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden thuisbezorgd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden thuisbezorgd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden thuisbezorgd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden thuisbezorgen bijzin, voorwaardelijk
zoudt thuisbezorgd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt thuisbezorgd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt thuisbezorgen bijzin, voorwaardelijk
zullen thuisbezorgd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen thuisbezorgd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen thuisbezorgd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen thuisbezorgd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen thuisbezorgd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen thuisbezorgd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen thuisbezorgd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen thuisbezorgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen thuisbezorgen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen thuisbezorgen bijzin, toekomende tijd
zult thuisbezorgd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van thuis en bezorgen

Woordfamilie van thuisbezorgen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bezorg thuis gebiedende wijs thuisbezorgen
bezorgde thuis verleden tijd thuisbezorgen
bezorgden thuis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon thuisbezorgen
bezorge thuis woordvorm thuisbezorgen
bezorgen thuis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon thuisbezorgen
bezorgt thuis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon thuisbezorgen
thuisbezorg subordinate-clause, tegenwoordige tijd thuisbezorgen
thuisbezorgd voltooid deelwoord thuisbezorgen
thuisbezorgde subordinate-clause, verleden tijd thuisbezorgen
thuisbezorgden subordinate-clause, verleden tijd thuisbezorgen
thuisbezorge with-subordinate-clause thuisbezorgen
thuisbezorgend onvoltooid deelwoord thuisbezorgen
thuisbezorgende woordvorm thuisbezorgen
thuisbezorgt subordinate-clause, tegenwoordige tijd thuisbezorgen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thuisbezorgen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over thuisbezorgen

Hoe spreek je thuisbezorgen uit?
De uitspraak van thuisbezorgen is: /tœysbəzɔrɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent thuisbezorgen?
Thuisbezorgen is een werkwoord. Het woord betekent: afleveren aan huis.
Hoe vervoeg je thuisbezorgen?
Je vervoegt thuisbezorgen als volgt: het voltooid deelwoord is thuisbezorgd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord thuisbezorgen is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. H 4
  3. U 4
  4. I 1
  5. S 2
  6. B 3
  7. E 1
  8. Z 4
  9. O 1
  10. R 2
  11. G 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

thuisbezorgen levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 120 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. H 4
  3. U 2
  4. I 2
  5. S 2
  6. B 4
  7. E 1
  8. Z 5
  9. O 1
  10. R 2
  11. G 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 30 zonder bonus
  15. 120 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

thuisbezorgen in het kort

thuisbezorgen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van thuisbezorgen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort thuisbezorgen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

thuisbezorgen: afleveren aan huis
Deel thuisbezorgen — standaardnederlands.nl