Naar de inhoud

thuisbankieren

bankzaken thuis doen met behulp van formulieren die men via de post opstuurt

thuisbankieren

werkwoord

Betekenis

  1. bankzaken thuis doen met behulp van formulieren die men via de post opstuurt
  2. bankzaken thuis doen met behulp van de computer

Vervoeging van thuisbankieren

thuisbankierenhele werkwoord — thuisbankierdeverleden tijd enkelvoud — thuisbankierdenverleden tijd meervoud — gethuisbankierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik thuisbankier thuisbankierde
jij thuisbankiert thuisbankierde
hij, zij, het thuisbankiert thuisbankierde
wij thuisbankieren thuisbankierden
jullie thuisbankieren thuisbankierden
zij thuisbankieren thuisbankierden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gethuisbankierd verleden tijd, deelwoord
gethuisbankierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gethuisbankierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gethuisbankierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gethuisbankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gethuisbankierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gethuisbankierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gethuisbankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gethuisbankierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gethuisbankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gethuisbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gethuisbankierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gethuisbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gethuisbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gethuisbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gethuisbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gethuisbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gethuisbankierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gethuisbankierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te thuisbankieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen thuisbankieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
thuisbankier gebiedende wijs
thuisbankierde verleden tijd
thuisbankiere aanvoegende wijs
thuisbankierend onvoltooid, deelwoord
zal gethuisbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gethuisbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gethuisbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gethuisbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gethuisbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gethuisbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gethuisbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gethuisbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gethuisbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gethuisbankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gethuisbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gethuisbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gethuisbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen thuisbankieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gethuisbankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult thuisbankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van thuis en bankieren ww

Woordfamilie van thuisbankieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gethuisbankierd voltooid deelwoord thuisbankieren
thuisbankierde verleden tijd thuisbankieren
thuisbankierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon thuisbankieren
thuisbankiere aanvoegende wijs thuisbankieren
thuisbankierend onvoltooid deelwoord thuisbankieren
thuisbankierende woordvorm thuisbankieren
thuisbankiert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon thuisbankieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thuisbankieren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over thuisbankieren

Wat is de betekenis van thuisbankieren?
Thuisbankieren is een werkwoord. De betekenis is: bankzaken thuis doen met behulp van formulieren die men via de post opstuurt. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik thuisbankieren?
Zo vervoeg je thuisbankieren zo: de tegenwoordige tijd is thuisbankier, de verleden tijd is thuisbankierde en het voltooid deelwoord is gethuisbankierd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord thuisbankieren is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. H 4
  3. U 4
  4. I 1
  5. S 2
  6. B 3
  7. A 1
  8. N 1
  9. K 3
  10. I 1
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

thuisbankieren levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. H 4
  3. U 2
  4. I 2
  5. S 2
  6. B 4
  7. A 1
  8. N 1
  9. K 3
  10. I 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 28 zonder bonus
  16. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

thuisbankieren in het kort

thuisbankieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van thuisbankieren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort thuisbankieren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

thuisbankieren: bankzaken thuis doen met behulp van formulieren die men via de post opstuurt
Deel thuisbankieren — standaardnederlands.nl