Naar de inhoud

tezen

uiteentrekken, plukken, met name van wol

tezen

werkwoord

Betekenis

  1. uiteentrekken, plukken, met name van wol

Vervoeging van tezen

tezenhele werkwoord — teesdeverleden tijd enkelvoud — teesdenverleden tijd meervoud — geteesdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tees teesde
jij teest teesde
hij, zij, het teest teesde
wij tezen teesden
jullie tezen teesden
zij tezen teesden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is geteesd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geteesd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geteesd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geteesd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geteesd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geteesd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geteesd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geteesd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geteesd verleden tijd, deelwoord
geteesd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geteesd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geteesd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geteesd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geteesd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geteesd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geteesd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geteesd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geteesd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geteesd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geteesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geteesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geteesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geteesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geteesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geteesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geteesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geteesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geteesd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geteesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geteesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geteesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geteesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geteesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geteesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geteesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geteesd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tezen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tees gebiedende wijs
teesde verleden tijd
teze aanvoegende wijs
tezend onvoltooid, deelwoord
waren geteesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geteesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geteesd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden geteesd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden geteesd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geteesd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal geteesd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geteesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geteesd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geteesd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geteesd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geteesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou geteesd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geteesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geteesd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geteesd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geteesd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geteesd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geteesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geteesd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geteesd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geteesd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geteesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geteesd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geteesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geteesd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geteesd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geteesd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geteesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van tezen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geteesd voltooid deelwoord tezen
geteesde woordvorm tezen
teesde verleden tijd tezen
teesden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tezen
teest aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tezen
teze aanvoegende wijs tezen
tezend onvoltooid deelwoord tezen
tezende woordvorm tezen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tezen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tezen

Wat is de betekenis van tezen?
Tezen is een werkwoord. De betekenis is: uiteentrekken, plukken, met name van wol.
Hoe vervoeg ik tezen?
Zo vervoeg je tezen zo: de tegenwoordige tijd is tees, de verleden tijd is teesde en het voltooid deelwoord is geteesd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tezen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. Z 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tezen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. Z 5
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tezen telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

tezen in het kort

tezen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van tezen staan er 65 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort tezen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

tezen: uiteentrekken, plukken, met name van wol
Deel tezen — standaardnederlands.nl