terugvragen
werkwoordBetekenis
- na iets gegeven of geleend te hebben verzoeken het gegevene of geleende weer te mogen krijgen
Vervoeging van terugvragen
terugvragenhele werkwoord — vraagde terugªverleden tijd enkelvoud — vraagden terugªverleden tijd meervoud — teruggevraagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vraag terug | vraagde terugª |
| jij | vraagt terug | vraagde terugª |
| hij, zij, het | vraagt terug | vraagde terugª |
| wij | vragen terug | vraagden terugª |
| jullie | vragen terug | vraagden terugª |
| zij | vragen terug | vraagden terugª |
Alle 148 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is teruggevraagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was teruggevraagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd teruggevraagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt teruggevraagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal teruggevraagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal teruggevraagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou teruggevraagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou teruggevraagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggevraagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben teruggevraagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terugvragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug te vragen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terug te zullen vragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug zal vragen | bijzin, toekomende tijd |
| terug zou vragen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zouden vragen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zoudt vragen | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zullen vragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terug zullen vragen | bijzin, toekomende tijd |
| terug zult vragen | bijzin, toekomende tijd |
| teruggevraagd | verleden tijd, deelwoord |
| teruggevraagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggevraagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggevraagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggevraagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggevraagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggevraagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggevraagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggevraagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggevraagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggevraagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terugvraag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugvraagdenª | bijzin, verleden tijd |
| terugvraagdeª | bijzin, verleden tijd |
| terugvraagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugvragend | onvoltooid, deelwoord |
| terugvroeg | bijzin, verleden tijd |
| terugvroegen | bijzin, verleden tijd |
| vraag terug | gebiedende wijs |
| vraagde terug | verleden tijd |
| vroeg terug | verleden tijd |
| waart teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was teruggevraagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt teruggevraagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal teruggevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal teruggevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal teruggevraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggevraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terugvragen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt teruggevraagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou teruggevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terugvragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) terugvragen terug zou(dt) vragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teruggevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terugvragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt teruggevraagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggevraagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terugvragen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen teruggevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggevraagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen teruggevraagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggevraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggevraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggevraagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terugvragen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugvragen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van terug en vragen ww
Woordfamilie van terugvragen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| teruggevraagd | voltooid deelwoord | terugvragen |
| teruggevraagde | woordvorm | terugvragen |
| terugvraag | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugvragen |
| terugvraagde | with-subordinate-clause | terugvragen |
| terugvraagden | with-subordinate-clause | terugvragen |
| terugvraagt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugvragen |
| terugvrage | with-subordinate-clause | terugvragen |
| terugvragend | onvoltooid deelwoord | terugvragen |
| terugvragende | woordvorm | terugvragen |
| terugvroeg | subordinate-clause, verleden tijd | terugvragen |
| terugvroegen | subordinate-clause, verleden tijd | terugvragen |
| vraag terug | gebiedende wijs | terugvragen |
| vraagde terug | verleden tijd | terugvragen |
| vraagden terug | woordvorm | terugvragen |
| vraagt terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terugvragen |
| vrage terug | woordvorm | terugvragen |
| vragen terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terugvragen |
| vroeg terug | verleden tijd | terugvragen |
| vroegen terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terugvragen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugvragen zijn vastgelegd.