terugvinden
werkwoord t(ə)ˈrʏxfɪndə(n)Betekenis
- iets dat verloren was opnieuw vinden
Hoe spreek je terugvinden uit?
/təˈrʏxfɪndən/
Terugvinden bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ʏ | put |
| x | acht |
| f | fiets |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van terugvinden
terugvindenhele werkwoord — vond terugverleden tijd enkelvoud — vonden terugverleden tijd meervoud — teruggevondenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vind terug | vond terug |
| jij | vindt terug | vond terug |
| hij, zij, het | vindt terug | vond terug |
| wij | vinden terug | vonden terug |
| jullie | vinden terug | vonden terug |
| zij | vinden terug | vonden terug |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is teruggevonden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was teruggevonden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd teruggevonden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt teruggevonden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal teruggevonden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal teruggevonden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou teruggevonden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou teruggevonden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had teruggevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had teruggevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had teruggevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden teruggevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden teruggevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden teruggevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt teruggevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggevonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben teruggevonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terugvinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug te vinden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terug te zullen vinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug zal vinden | bijzin, toekomende tijd |
| terug zou vinden | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zouden vinden | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zoudt vinden | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zullen vinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terug zullen vinden | bijzin, toekomende tijd |
| terug zult vinden | bijzin, toekomende tijd |
| teruggevonden | verleden tijd, deelwoord |
| teruggevonden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggevonden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggevonden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggevonden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggevonden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggevonden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggevonden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggevonden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggevonden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggevonden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terugvind | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugvindend | onvoltooid, deelwoord |
| terugvindt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugvond | bijzin, verleden tijd |
| terugvonden | bijzin, verleden tijd |
| terugvondt | bijzin, verleden tijd |
| vind terug | gebiedende wijs |
| vond terug | verleden tijd |
| waart teruggevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren teruggevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was teruggevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was teruggevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was teruggevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt teruggevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal teruggevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal teruggevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal teruggevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terugvinden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt teruggevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou teruggevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terugvinden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) terugvinden terug zou(dt) vinden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teruggevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terugvinden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt teruggevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terugvinden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen teruggevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen teruggevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terugvinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terugvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terugvinden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van terug bw en vinden ww
Woordfamilie van terugvinden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| teruggevonden | voltooid deelwoord | terugvinden |
| terugvind | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugvinden |
| terugvinde | with-subordinate-clause | terugvinden |
| terugvindend | onvoltooid deelwoord | terugvinden |
| terugvindende | woordvorm | terugvinden |
| terugvindt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugvinden |
| terugvond | subordinate-clause, verleden tijd | terugvinden |
| terugvonden | subordinate-clause, verleden tijd | terugvinden |
| vind terug | gebiedende wijs | terugvinden |
| vinde terug | woordvorm | terugvinden |
| vinden terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terugvinden |
| vindt terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terugvinden |
| vond terug | verleden tijd | terugvinden |
| vonden terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terugvinden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugvinden zijn vastgelegd.