Naar de inhoud

terugtrappen

in achterwaartse richting trappen

terugtrappen

werkwoord

Betekenis

  1. in achterwaartse richting trappen

werkwoord

  1. een trap geven als reactie op een trap van een ander transitive

Vervoeging van terugtrappen

terugtrappenhele werkwoord — trapte terugverleden tijd enkelvoud — trapten terugverleden tijd meervoud — teruggetraptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trap terug trapte terug
jij trapt terug trapte terug
hij, zij, het trapt terug trapte terug
wij trappen terug trapten terug
jullie trappen terug trapten terug
zij trappen terug trapten terug
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is teruggetrapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggetrapt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggetrapt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggetrapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggetrapt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggetrapt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggetrapt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggetrapt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggetrapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggetrapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggetrapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggetrapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggetrapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggetrapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggetrapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggetrapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben teruggetrapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugtrappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te trappen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen trappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal trappen bijzin, toekomende tijd
terug zou trappen bijzin, voorwaardelijk
terug zouden trappen bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt trappen bijzin, voorwaardelijk
terug zullen trappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen trappen bijzin, toekomende tijd
terug zult trappen bijzin, toekomende tijd
teruggetrapt verleden tijd, deelwoord
teruggetrapt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggetrapt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugtrap bijzin, tegenwoordige tijd
terugtrappend onvoltooid, deelwoord
terugtrapt bijzin, tegenwoordige tijd
terugtrapte bijzin, verleden tijd
terugtrapten bijzin, verleden tijd
trap terug gebiedende wijs
trapte terug verleden tijd
zal teruggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugtrappen bijzin, toekomende tijd
zou teruggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugtrappen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terugtrappen terug zou(dt) trappen bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugtrappen bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugtrappen bijzin, voorwaardelijk
zullen teruggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugtrappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugtrappen bijzin, toekomende tijd
zult teruggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult terugtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult terugtrappen bijzin, toekomende tijd
zult/zal terugtrappen terug zult/zal trappen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en trappen ww

Woordfamilie van terugtrappen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
teruggetrapt voltooid deelwoord terugtrappen
teruggetrapte woordvorm terugtrappen
terugtrap subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugtrappen
terugtrappe with-subordinate-clause terugtrappen
terugtrappend onvoltooid deelwoord terugtrappen
terugtrappende woordvorm terugtrappen
terugtrapt subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugtrappen
terugtrapte subordinate-clause, verleden tijd terugtrappen
terugtrapten subordinate-clause, verleden tijd terugtrappen
trap terug gebiedende wijs terugtrappen
trappe terug woordvorm terugtrappen
trappen terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugtrappen
trapt terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugtrappen
trapte terug verleden tijd terugtrappen
trapten terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugtrappen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugtrappen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over terugtrappen

Wat is de betekenis van terugtrappen?
Terugtrappen is een werkwoord. De betekenis is: in achterwaartse richting trappen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik terugtrappen?
Zo vervoeg je terugtrappen zo: het voltooid deelwoord is teruggetrapt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugtrappen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. T 2
  7. R 2
  8. A 1
  9. P 3
  10. P 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugtrappen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. T 2
  7. R 2
  8. A 1
  9. P 4
  10. P 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugtrappen in het kort

terugtrappen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van terugtrappen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort terugtrappen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

terugtrappen: in achterwaartse richting trappen
Deel terugtrappen — standaardnederlands.nl