Naar de inhoud

terugsteken

steken waar iets eerder vandaan kwam

terugsteken

werkwoord

Betekenis

  1. steken waar iets eerder vandaan kwam

Vervoeging van terugsteken

terugstekenhele werkwoord — stak terugverleden tijd enkelvoud — staken terugverleden tijd meervoud — teruggestokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik steek terug stak terug
jij steekt terug staakt terug
hij, zij, het steekt terug stak terug
wij steken terug staken terug
jullie steken terug staken terug
zij steken terug staken terug
Alle 108 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is teruggestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggestoken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggestoken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggestoken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggestoken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggestoken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggestoken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stak terug verleden tijd
steek terug gebiedende wijs
te hebben teruggestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugsteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te steken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal steken bijzin, toekomende tijd
terug zou steken bijzin, voorwaardelijk
terug zouden steken bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt steken bijzin, voorwaardelijk
terug zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen steken bijzin, toekomende tijd
terug zult steken bijzin, toekomende tijd
teruggestoken verleden tijd, deelwoord
teruggestoken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggestoken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggestoken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggestoken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggestoken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggestoken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggestoken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggestoken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggestoken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggestoken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugstaakt bijzin, verleden tijd
terugstak bijzin, verleden tijd
terugstaken bijzin, verleden tijd
terugsteek bijzin, tegenwoordige tijd
terugsteekt bijzin, tegenwoordige tijd
terugstekend onvoltooid, deelwoord
waren teruggestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden teruggestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden teruggestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggestoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugsteken bijzin, toekomende tijd
zijn teruggestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou teruggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugsteken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terugsteken terug zou(dt) steken bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugsteken bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugsteken bijzin, voorwaardelijk
zullen teruggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggestoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugsteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugsteken bijzin, toekomende tijd
zult teruggestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult terugsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult terugsteken bijzin, toekomende tijd
zult/zal terugsteken terug zult/zal steken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en steken ww

Woordfamilie van terugsteken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stak terug verleden tijd terugsteken
staken terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugsteken
steek terug gebiedende wijs terugsteken
steekt terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon terugsteken
steke terug woordvorm terugsteken
steken terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugsteken
teruggestoken voltooid deelwoord terugsteken
terugstak subordinate-clause, verleden tijd terugsteken
terugstaken subordinate-clause, verleden tijd terugsteken
terugsteek subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugsteken
terugsteekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugsteken
terugsteke with-subordinate-clause terugsteken
terugstekend onvoltooid deelwoord terugsteken
terugstekende woordvorm terugsteken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugsteken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugsteken

Wat betekent terugsteken?
Terugsteken is een werkwoord. Het woord betekent: steken waar iets eerder vandaan kwam.
Hoe vervoeg je terugsteken?
Je vervoegt terugsteken als volgt: het voltooid deelwoord is teruggestoken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugsteken is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugsteken levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugsteken in het kort

terugsteken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van terugsteken zijn 80 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort terugsteken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

terugsteken: steken waar iets eerder vandaan kwam
Deel terugsteken — standaardnederlands.nl