Naar de inhoud

terugfluiten

het gedrag van iemand corrigeren, iemand tot de order roepen

terugfluiten

werkwoord t(ə)ˈrʏxflœytə(n)

Betekenis

  1. het gedrag van iemand corrigeren, iemand tot de order roepen

Hoe spreek je terugfluiten uit?

/təˈrʏxflœytən/

Terugfluiten bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /təˈrʏxflœytən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ə de
r rood
ʏ put
x acht
f fiets
l land
œy huis
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van terugfluiten

terugfluitenhele werkwoord — floot terugverleden tijd enkelvoud — floten terugverleden tijd meervoud — teruggeflotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik fluit terug floot terug
jij fluit terug floot terug
hij, zij, het fluit terug floot terug
wij fluiten terug floten terug
jullie fluiten terug floten terug
zij fluiten terug floten terug
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is teruggefloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggefloten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggefloten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggefloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggefloten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggefloten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggefloten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggefloten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
floot terug verleden tijd
fluit terug gebiedende wijs
had teruggefloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggefloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggefloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggefloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggefloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggefloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggefloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggefloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben teruggefloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugfluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te fluiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen fluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal fluiten bijzin, toekomende tijd
terug zou fluiten bijzin, voorwaardelijk
terug zouden fluiten bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt fluiten bijzin, voorwaardelijk
terug zullen fluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen fluiten bijzin, toekomende tijd
terug zult fluiten bijzin, toekomende tijd
terugfloot bijzin, verleden tijd
terugfloten bijzin, verleden tijd
terugfluit bijzin, tegenwoordige tijd
terugfluitend onvoltooid, deelwoord
teruggefloten verleden tijd, deelwoord
teruggefloten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggefloten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggefloten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggefloten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggefloten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggefloten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggefloten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggefloten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggefloten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggefloten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart teruggefloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggefloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggefloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggefloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggefloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggefloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggefloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt teruggefloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugfluiten bijzin, toekomende tijd
zal teruggefloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggefloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggefloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggefloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggefloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggefloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugfluiten bijzin, voorwaardelijk
zou teruggefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggefloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggefloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggefloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) terugfluiten terug zou(dt) fluiten bijzin, voorwaardelijk
zouden terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugfluiten bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggefloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggefloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggefloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugfluiten bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggefloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggefloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen terugfluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugfluiten bijzin, toekomende tijd
zullen teruggefloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggefloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggefloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggefloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggefloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggefloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggefloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult terugfluiten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult terugfluiten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en fluiten ww

Woordfamilie van terugfluiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
floot terug verleden tijd terugfluiten
floten terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon terugfluiten
fluit terug gebiedende wijs terugfluiten
fluite terug woordvorm terugfluiten
fluiten terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugfluiten
terugfloot subordinate-clause, verleden tijd terugfluiten
terugfloten subordinate-clause, verleden tijd terugfluiten
terugfluit subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugfluiten
terugfluite with-subordinate-clause terugfluiten
terugfluitend onvoltooid deelwoord terugfluiten
terugfluitende woordvorm terugfluiten
teruggefloten voltooid deelwoord terugfluiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugfluiten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over terugfluiten

Hoe spreek je terugfluiten uit?
De uitspraak van terugfluiten is: /t(ə)ˈrʏxflœytə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent terugfluiten?
Terugfluiten is een werkwoord. Het woord betekent: het gedrag van iemand corrigeren, iemand tot de order roepen.
Hoe vervoeg je terugfluiten?
Je vervoegt terugfluiten als volgt: het voltooid deelwoord is teruggefloten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugfluiten is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. F 4
  7. L 3
  8. U 4
  9. I 1
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugfluiten levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. F 4
  7. L 3
  8. U 2
  9. I 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugfluiten in het kort

terugfluiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van terugfluiten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort terugfluiten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

terugfluiten: het gedrag van iemand corrigeren, iemand tot de order roepen
Deel terugfluiten — standaardnederlands.nl