terneerslaan
werkwoord tɛrˈnerslanBetekenis
- neerslaan
Hoe spreek je terneerslaan uit?
/tɛrˈnerslan/
Terneerslaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| n | nek |
| e | veel |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van terneerslaan
terneerslaanhele werkwoord — sloeg terneerverleden tijd enkelvoud — sloegen terneerverleden tijd meervoud — terneergeslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla terneer | sloeg terneer |
| jij | slaat terneer | sloeg terneer |
| hij, zij, het | slaat terneer | sloeg terneer |
| wij | slaan terneer | sloegen terneer |
| jullie | slaan terneer | sloegen terneer |
| zij | slaan terneer | sloegen terneer |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben terneergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent terneergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is terneergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is terneergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sla terneer | gebiedende wijs |
| sloeg terneer | verleden tijd |
| te zijn terneergeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terneerslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terneer te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terneer te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terneer zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
| terneer zou slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| terneer zouden slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| terneer zoudt slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| terneer zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terneer zullen slaan | bijzin, toekomende tijd |
| terneer zult slaan | bijzin, toekomende tijd |
| terneergeslagen | verleden tijd, deelwoord |
| terneergeslagen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terneergeslagen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terneersla | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terneerslaand | onvoltooid, deelwoord |
| terneerslaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terneersloeg | bijzin, verleden tijd |
| terneersloegen | bijzin, verleden tijd |
| waart terneergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren terneergeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren terneergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren terneergeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was terneergeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was terneergeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was terneergeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal terneergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal terneergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal terneergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terneerslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zijn terneergeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn terneergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn terneergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn terneergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt terneergeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou terneergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou terneergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou terneergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terneerslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) terneerslaan terneer zou(dt) slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden terneergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden terneergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden terneergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terneerslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt terneergeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terneerslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen terneergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen terneergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen terneergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terneerslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terneerslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult terneergeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult terneerslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult terneerslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal terneerslaan terneer zult/zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van terneer bw en slaan ww
Woordfamilie van terneerslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sla terneer | gebiedende wijs | terneerslaan |
| slaan terneer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terneerslaan |
| slaat terneer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | terneerslaan |
| sloeg terneer | verleden tijd | terneerslaan |
| sloegen terneer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | terneerslaan |
| terneersla | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terneerslaan |
| terneerslaand | onvoltooid deelwoord | terneerslaan |
| terneerslaande | woordvorm | terneerslaan |
| terneerslaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terneerslaan |
| terneersloeg | subordinate-clause, verleden tijd | terneerslaan |
| terneersloegen | subordinate-clause, verleden tijd | terneerslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terneerslaan zijn vastgelegd.