Naar de inhoud

temen

op zeurderige toon praten

temen

werkwoord

Betekenis

  1. op zeurderige toon praten

werkwoord

  1. op een zeurderige manier praten intransitive
  2. aarzelen, talmen, dralen intransitive

Vervoeging van temen

temenhele werkwoord — teemdeverleden tijd enkelvoud — teemdenverleden tijd meervoud — geteemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik teem teemde
jij teemt teemde
hij, zij, het teemt teemde
wij temen teemden
jullie temen teemden
zij temen teemden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geteemd verleden tijd, deelwoord
geteemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geteemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geteemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geteemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geteemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geteemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geteemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geteemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geteemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geteemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geteemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geteemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geteemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geteemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geteemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geteemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geteemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geteemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te temen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen temen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teem gebiedende wijs
teemde verleden tijd
teme aanvoegende wijs
temend onvoltooid, deelwoord
zal geteemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geteemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geteemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal temen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal temen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal temen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geteemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geteemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geteemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou temen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou temen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou temen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geteemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geteemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geteemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden temen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden temen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden temen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geteemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt temen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geteemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geteemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geteemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen temen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen temen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen temen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen temen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geteemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult temen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zeuren’ voor het eerst aangetroffen in 1614

Woordfamilie van temen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geteemd voltooid deelwoord temen
teemde verleden tijd temen
teemden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon temen
teemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon temen
teme aanvoegende wijs temen
temend onvoltooid deelwoord temen
temende woordvorm temen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van temen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over temen

Wat is de betekenis van temen?
Temen is een werkwoord. De betekenis is: op zeurderige toon praten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik temen?
Zo vervoeg je temen zo: de tegenwoordige tijd is teem, de verleden tijd is teemde en het voltooid deelwoord is geteemd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord temen is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

temen levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 42 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 zonder bonus
  7. 42 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

temen telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

temen in het kort

temen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van temen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort temen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

temen: op zeurderige toon praten
Deel temen — standaardnederlands.nl