Naar de inhoud

tegenhouden

iets of iemand stoppen

tegenhouden

werkwoord

Betekenis

  1. iets of iemand stoppen
  2. verhinderen

Vervoeging van tegenhouden

tegenhoudenhele werkwoord — hield tegenverleden tijd enkelvoud — hielden tegenverleden tijd meervoud — tegengehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou tegen hield tegen
jij houdt tegen hield tegen
hij, zij, het houdt tegen hield tegen
wij houden tegen hielden tegen
jullie houden tegen hielden tegen
zij houden tegen hielden tegen
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is tegengehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was tegengehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd tegengehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt tegengehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal tegengehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal tegengehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou tegengehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou tegengehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. hou tegen/ houd tegen gebiedende wijs
had tegengehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had tegengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had tegengehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden tegengehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden tegengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden tegengehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt tegengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tegengehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield tegen verleden tijd
is tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben tegengehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tegenhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegen te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tegen te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegen zal houden bijzin, toekomende tijd
tegen zou houden bijzin, voorwaardelijk
tegen zouden houden bijzin, voorwaardelijk
tegen zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
tegen zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
tegen zullen houden bijzin, toekomende tijd
tegen zult houden bijzin, toekomende tijd
tegengehouden verleden tijd, deelwoord
tegengehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tegengehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tegengehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegengehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegengehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tegengehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
tegengehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
tegengehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tegengehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
tegengehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tegenhield bijzin, verleden tijd
tegenhielden bijzin, verleden tijd
tegenhou bijzin, tegenwoordige tijd
tegenhoud bijzin, tegenwoordige tijd
tegenhoudend onvoltooid, deelwoord
tegenhoudt bijzin, tegenwoordige tijd
waart tegengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren tegengehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren tegengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren tegengehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was tegengehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was tegengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was tegengehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt tegengehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal tegengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tegengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal tegengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal tegengehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tegengehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal tegenhouden bijzin, toekomende tijd
zijn tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt tegengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou tegengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tegengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tegengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tegengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tegengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tegengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou tegenhouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) tegenhouden tegen zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden tegengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden tegengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden tegengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tegengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden tegengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden tegengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden tegenhouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt tegengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tegengehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt tegenhouden bijzin, voorwaardelijk
zullen tegengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen tegengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen tegengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tegengehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tegengehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen tegengehouden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen tegengehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tegenhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tegenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen tegenhouden bijzin, toekomende tijd
zult tegengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van tegen bw en houden ww

Woordfamilie van tegenhouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hield tegen verleden tijd tegenhouden
hielden tegen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tegenhouden
hou tegen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon tegenhouden
houd tegen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon tegenhouden
houde tegen woordvorm tegenhouden
houden tegen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon tegenhouden
houdt tegen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tegenhouden
tegengehouden voltooid deelwoord tegenhouden
tegenhield subordinate-clause, verleden tijd tegenhouden
tegenhielden subordinate-clause, verleden tijd tegenhouden
tegenhou subordinate-clause, tegenwoordige tijd tegenhouden
tegenhoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd tegenhouden
tegenhoude with-subordinate-clause tegenhouden
tegenhoudend onvoltooid deelwoord tegenhouden
tegenhoudende woordvorm tegenhouden
tegenhoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd tegenhouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegenhouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tegenhouden

Wat is de betekenis van tegenhouden?
Tegenhouden is een werkwoord. De betekenis is: iets of iemand stoppen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik tegenhouden?
Zo vervoeg je tegenhouden zo: het voltooid deelwoord is tegengehouden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tegenhouden is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. H 4
  7. O 1
  8. U 4
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tegenhouden levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. H 4
  7. O 1
  8. U 2
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tegenhouden in het kort

tegenhouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van tegenhouden staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort tegenhouden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

tegenhouden: iets of iemand stoppen
Deel tegenhouden — standaardnederlands.nl