tegengif
zelfstandig naamwoord ˈteɣə(n)ˌɣɪfBetekenis
- een middel dat de werking van een gif neutraliseert of afzwakt
- iets waardoor iets anders teniet wordt gedaan
Hoe spreek je tegengif uit?
/ˈtexənˌxɪf/
Tegengif bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tegengiffen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘neutraliserend middel’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van tegengif
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tegengiffen | meervoud | tegengif |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegengif zijn vastgelegd.