Naar de inhoud

teemsen

door zeven reinigen, gewoonlijk van melk of meel

teemsen is meer dan één woord

teemsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. door zeven reinigen, gewoonlijk van melk of meel

Vervoeging van teemsen

teemsenhele werkwoord — teemsteverleden tijd enkelvoud — teemstenverleden tijd meervoud — geteemstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik teems teemste
jij teemst teemste
hij, zij, het teemst teemste
wij teemsen teemsten
jullie teemsen teemsten
zij teemsen teemsten
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is geteemst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geteemst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geteemst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geteemst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geteemst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geteemst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geteemst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geteemst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geteemst verleden tijd, deelwoord
geteemst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geteemst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geteemst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geteemst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geteemst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geteemst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geteemst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geteemst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geteemst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geteemst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geteemst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geteemst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geteemst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geteemst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geteemst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geteemst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geteemst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geteemst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geteemst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geteemst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geteemst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geteemst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geteemst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geteemst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geteemst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geteemst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geteemst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te teemsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen teemsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teems gebiedende wijs
teemse aanvoegende wijs
teemsend onvoltooid, deelwoord
teemste verleden tijd
waren geteemst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geteemst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geteemst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden geteemst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden geteemst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geteemst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal geteemst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geteemst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geteemst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geteemst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geteemst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teemsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal teemsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal teemsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geteemst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou geteemst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geteemst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geteemst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geteemst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geteemst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teemsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou teemsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou teemsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geteemst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geteemst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geteemst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geteemst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geteemst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teemsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teemsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teemsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geteemst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teemsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geteemst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geteemst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geteemst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geteemst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geteemst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teemsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen teemsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teemsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teemsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geteemst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult teemsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord teems

Woordfamilie van teemsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geteemst voltooid deelwoord teemsen
geteemste woordvorm teemsen
teemse aanvoegende wijs teemsen
teemsend onvoltooid deelwoord teemsen
teemsende woordvorm teemsen
teemst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon teemsen
teemste verleden tijd teemsen
teemsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon teemsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van teemsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over teemsen

Wat betekent teemsen?
Teemsen is een werkwoord. Het woord betekent: door zeven reinigen, gewoonlijk van melk of meel.
Hoe vervoeg je teemsen?
Je vervoegt teemsen als volgt: de tegenwoordige tijd is teems, de verleden tijd is teemste en het voltooid deelwoord is geteemst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord teemsen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. E 1
  4. M 3
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

teemsen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. E 1
  4. M 3
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

teemsen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

teemsen in het kort

teemsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van teemsen zijn 65 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort teemsen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

teemsen: door zeven reinigen, gewoonlijk van melk of meel
Deel teemsen — standaardnederlands.nl