te
voorzetsel, bijwoord təBetekenis
- bij plaatsaanduidingen: in.
- met gebruikmaking van, per, middels.
- komt regelmatig voor in combinatie met een infinitief.
- in grotere mate of hoeveelheid dan wenselijk is
- bij plaatsaanduidingen: in
- komt regelmatig voor in combinatie met een infinitief
- naar
- thee (drank)
- jou, je (gebruikt voor het lijdend voorwerp).
- reflexief voornaamwoord van de tweede persoon (je).
- jullie, u; tweede persoon meervoud of beleefdheidsvorm tweede persoon enkelvoud.
- jij
- warm
- heet
- de, het; bepaald lidwoord.
- (altijd gevolgd door een numeraal suffix of een zeker zelfstandig naamwoord waaraan aldtijd het expletieve na is toegevoegd) - een; onbepaald lidwoord
- (ietwat als lidwoord gebruikt) - één; de kleinste niet-ledige verzameling
- jou, je (accusatief van de tweede persoon enkelvoud)
- door jou (ablatief van de tweede persoon enkelvoud)
- hier
- gemuteerde onbeklemtoonde accusatief van doe.
- onbeklemtoonde vorm van tö.
- nee, niet
- je, jou; 2e persoon enkelvoud object van þou
- te; in grotere mate of hoeveelheid dan wenselijk is
- die; meervoud van ten
- de letter T
- die; onbezield meervoud van ten
- jij; 2e persoon enkelvoud.
- bepaald lidwoord, de.
- thee
Hoe spreek je te uit?
/tə/
Te bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ə | de |
Herkomst
Als ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in 901