Naar de inhoud

tandenknarsen

knarsen met de tanden

tandenknarsen

werkwoord

Betekenis

  1. knarsen met de tanden

Vervoeging van tandenknarsen

tandenknarsenhele werkwoord — tandenknarsteverleden tijd enkelvoud — tandenknarstenverleden tijd meervoud — getandenknarstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tandenknars tandenknarste
jij tandenknarst tandenknarste
hij, zij, het tandenknarst tandenknarste
wij tandenknarsen tandenknarsten
jullie tandenknarsen tandenknarsten
zij tandenknarsen tandenknarsten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is getandenknarst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getandenknarst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getandenknarst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getandenknarst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getandenknarst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getandenknarst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getandenknarst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getandenknarst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getandenknarst verleden tijd, deelwoord
getandenknarst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getandenknarst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getandenknarst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getandenknarst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getandenknarst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getandenknarst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getandenknarst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getandenknarst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getandenknarst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getandenknarst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getandenknarst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getandenknarst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getandenknarst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getandenknarst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getandenknarst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getandenknarst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getandenknarst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
tandenknars gebiedende wijs
tandenknarse aanvoegende wijs
tandenknarsend onvoltooid, deelwoord
tandenknarste verleden tijd
te hebben getandenknarst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tandenknarsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tandenknarsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal getandenknarst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getandenknarst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getandenknarst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getandenknarst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getandenknarst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getandenknarst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getandenknarst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getandenknarst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getandenknarst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getandenknarst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getandenknarst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getandenknarst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getandenknarst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tandenknarsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getandenknarst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tandenknarsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van tand en knarsen met het invoegsel -en-

Woordfamilie van tandenknarsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getandenknarst voltooid deelwoord tandenknarsen
tandenknars gebiedende wijs tandenknarsen
tandenknarse aanvoegende wijs tandenknarsen
tandenknarsend onvoltooid deelwoord tandenknarsen
tandenknarsende woordvorm tandenknarsen
tandenknarst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tandenknarsen
tandenknarste verleden tijd tandenknarsen
tandenknarsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tandenknarsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tandenknarsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tandenknarsen

Wat is de betekenis van tandenknarsen?
Tandenknarsen is een werkwoord. De betekenis is: knarsen met de tanden.
Hoe vervoeg ik tandenknarsen?
Zo vervoeg je tandenknarsen zo: de tegenwoordige tijd is tandenknars, de verleden tijd is tandenknarste en het voltooid deelwoord is getandenknarst. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tandenknarsen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. N 1
  9. A 1
  10. R 2
  11. S 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tandenknarsen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. N 1
  9. A 1
  10. R 2
  11. S 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 19 zonder bonus
  15. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tandenknarsen in het kort

tandenknarsen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van tandenknarsen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort tandenknarsen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

tandenknarsen: knarsen met de tanden
Deel tandenknarsen — standaardnederlands.nl