Naar de inhoud

tamponneren

met een tampon dichtstoppen

tamponneren

werkwoord

Betekenis

  1. met een tampon dichtstoppen
  2. met een kwast een nog natte geverfde oppervlakte bekloppen om ze een ruw voorkomen te geven

Vervoeging van tamponneren

tamponnerenhele werkwoord — tamponneerdeverleden tijd enkelvoud — tamponneerdenverleden tijd meervoud — getamponneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tamponneer tamponneerde
jij tamponneert tamponneerde
hij, zij, het tamponneert tamponneerde
wij tamponneren tamponneerden
jullie tamponneren tamponneerden
zij tamponneren tamponneerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getamponneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getamponneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getamponneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getamponneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getamponneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getamponneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getamponneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getamponneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getamponneerd verleden tijd, deelwoord
getamponneerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getamponneerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getamponneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getamponneerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getamponneerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getamponneerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getamponneerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getamponneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getamponneerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getamponneerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getamponneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getamponneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getamponneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getamponneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getamponneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getamponneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getamponneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getamponneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
tamponneer gebiedende wijs
tamponneerde verleden tijd
tamponnere aanvoegende wijs
tamponnerend onvoltooid, deelwoord
te hebben getamponneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tamponneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tamponneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart getamponneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getamponneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getamponneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getamponneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getamponneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getamponneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getamponneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getamponneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getamponneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getamponneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getamponneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getamponneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getamponneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getamponneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getamponneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getamponneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getamponneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getamponneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getamponneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getamponneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getamponneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getamponneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getamponneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getamponneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getamponneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getamponneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getamponneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getamponneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getamponneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getamponneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getamponneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getamponneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getamponneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getamponneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tamponneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getamponneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getamponneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getamponneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tamponneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met een tampon dichtstoppen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1872

Woordfamilie van tamponneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getamponneerd voltooid deelwoord tamponneren
getamponneerde woordvorm tamponneren
tamponneer gebiedende wijs tamponneren
tamponneerde verleden tijd tamponneren
tamponneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tamponneren
tamponneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tamponneren
tamponnere aanvoegende wijs tamponneren
tamponnerend onvoltooid deelwoord tamponneren
tamponnerende woordvorm tamponneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tamponneren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tamponneren

Wat is de betekenis van tamponneren?
Tamponneren is een werkwoord. De betekenis is: met een tampon dichtstoppen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik tamponneren?
Zo vervoeg je tamponneren zo: de tegenwoordige tijd is tamponneer, de verleden tijd is tamponneerde en het voltooid deelwoord is getamponneerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tamponneren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. A 1
  3. M 3
  4. P 3
  5. O 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tamponneren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. A 1
  3. M 3
  4. P 4
  5. O 1
  6. N 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tamponneren in het kort

tamponneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van tamponneren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort tamponneren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

tamponneren: met een tampon dichtstoppen
Deel tamponneren — standaardnederlands.nl