tamponneren
werkwoordBetekenis
- met een tampon dichtstoppen
- met een kwast een nog natte geverfde oppervlakte bekloppen om ze een ruw voorkomen te geven
Vervoeging van tamponneren
tamponnerenhele werkwoord — tamponneerdeverleden tijd enkelvoud — tamponneerdenverleden tijd meervoud — getamponneerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tamponneer | tamponneerde |
| jij | tamponneert | tamponneerde |
| hij, zij, het | tamponneert | tamponneerde |
| wij | tamponneren | tamponneerden |
| jullie | tamponneren | tamponneerden |
| zij | tamponneren | tamponneerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getamponneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getamponneerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getamponneerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getamponneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getamponneerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getamponneerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getamponneerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getamponneerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getamponneerd | verleden tijd, deelwoord |
| getamponneerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getamponneerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getamponneerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getamponneerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getamponneerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getamponneerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getamponneerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getamponneerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getamponneerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getamponneerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getamponneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getamponneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getamponneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getamponneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getamponneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getamponneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getamponneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getamponneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| tamponneer | gebiedende wijs |
| tamponneerde | verleden tijd |
| tamponnere | aanvoegende wijs |
| tamponnerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben getamponneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tamponneren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tamponneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart getamponneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getamponneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getamponneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getamponneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getamponneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getamponneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getamponneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getamponneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getamponneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getamponneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getamponneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getamponneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getamponneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getamponneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getamponneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getamponneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getamponneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getamponneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getamponneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getamponneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getamponneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getamponneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getamponneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getamponneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getamponneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getamponneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getamponneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getamponneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getamponneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getamponneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getamponneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getamponneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getamponneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getamponneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tamponneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getamponneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getamponneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getamponneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tamponneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met een tampon dichtstoppen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1872
Woordfamilie van tamponneren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getamponneerd | voltooid deelwoord | tamponneren |
| getamponneerde | woordvorm | tamponneren |
| tamponneer | gebiedende wijs | tamponneren |
| tamponneerde | verleden tijd | tamponneren |
| tamponneerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tamponneren |
| tamponneert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tamponneren |
| tamponnere | aanvoegende wijs | tamponneren |
| tamponnerend | onvoltooid deelwoord | tamponneren |
| tamponnerende | woordvorm | tamponneren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tamponneren zijn vastgelegd.