Naar de inhoud

tackelen

op (on)geoorloofde manier een tegenstander aanvallen

tackelen

werkwoord ˈtɛkələ(n)

Betekenis

  1. op (on)geoorloofde manier een tegenstander aanvallen

Hoe spreek je tackelen uit?

/ˈtɛkələn/

Tackelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtɛkələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ɛ bed
k kat
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van tackelen

tackelenhele werkwoord — tackeldeverleden tijd enkelvoud — tackeldenverleden tijd meervoud — getackeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tackel tackelde
jij tackelt tackelde
hij, zij, het tackelt tackelde
wij tackelen tackelden
jullie tackelen tackelden
zij tackelen tackelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is getackeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getackeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getackeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getackeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getackeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getackeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getackeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getackeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getackeld verleden tijd, deelwoord
getackeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getackeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getackeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getackeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getackeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getackeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getackeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getackeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getackeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getackeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getackeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getackeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getackeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getackeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getackeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getackeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getackeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
tackel gebiedende wijs
tackelde verleden tijd
tackele aanvoegende wijs
tackelend onvoltooid, deelwoord
te hebben getackeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tackelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tackelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal getackeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getackeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getackeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tackelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tackelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tackelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getackeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getackeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getackeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tackelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tackelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tackelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getackeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getackeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getackeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tackelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tackelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tackelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getackeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tackelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getackeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getackeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getackeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tackelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tackelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tackelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tackelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getackeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tackelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘beentje lichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1951

Woordfamilie van tackelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getackeld voltooid deelwoord tackelen
getackelde woordvorm tackelen
tackel gebiedende wijs tackelen
tackelde verleden tijd tackelen
tackelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tackelen
tackele aanvoegende wijs tackelen
tackelend onvoltooid deelwoord tackelen
tackelende woordvorm tackelen
tackelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tackelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tackelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tackelen

Hoe spreek je tackelen uit?
De uitspraak van tackelen is: /ˈtɛkələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent tackelen?
Tackelen is een werkwoord. Het woord betekent: op (on)geoorloofde manier een tegenstander aanvallen.
Hoe vervoeg je tackelen?
Je vervoegt tackelen als volgt: de tegenwoordige tijd is tackel, de verleden tijd is tackelde en het voltooid deelwoord is getackeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tackelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. A 1
  3. C 5
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tackelen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. A 1
  3. C 5
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tackelen in het kort

tackelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van tackelen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tackelen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tackelen: op (on)geoorloofde manier een tegenstander aanvallen
Deel tackelen — standaardnederlands.nl