sumoworstelen
werkwoord ˈsumoˌwɔrstələ(n)Betekenis
- traditioneel Japanse worstelen, meestal beoefend door zeer zwaarlijvige mannen
- vermaak waarbij mensen gekleed in verzwaarde opblaaspakken de Japanse worstelsport nabootsen
Hoe spreek je sumoworstelen uit?
/ˈsumoˌwɔrstələn/
Sumoworstelen bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| u | boek |
| m | maan |
| o | boot |
| w | quiz |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van sumoworstelen
sumoworstelenhele werkwoord — sumoworsteldeverleden tijd enkelvoud — sumoworsteldenverleden tijd meervoud — gesumoworsteldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sumoworstel | sumoworstelde |
| jij | sumoworstelt | sumoworstelde |
| hij, zij, het | sumoworstelt | sumoworstelde |
| wij | sumoworstelen | sumoworstelden |
| jullie | sumoworstelen | sumoworstelden |
| zij | sumoworstelen | sumoworstelden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gesumoworsteld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesumoworsteld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesumoworsteld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesumoworsteld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesumoworsteld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesumoworsteld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesumoworsteld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesumoworsteld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesumoworsteld | verleden tijd, deelwoord |
| gesumoworsteld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesumoworsteld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesumoworsteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesumoworsteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesumoworsteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesumoworsteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesumoworsteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesumoworsteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesumoworsteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesumoworsteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesumoworsteld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesumoworsteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesumoworsteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesumoworsteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesumoworsteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesumoworsteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesumoworsteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sumoworstel | gebiedende wijs |
| sumoworstelde | verleden tijd |
| sumoworstele | aanvoegende wijs |
| sumoworstelend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesumoworsteld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sumoworstelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sumoworstelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gesumoworsteld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesumoworsteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesumoworsteld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gesumoworsteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesumoworsteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesumoworsteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesumoworsteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesumoworsteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesumoworsteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesumoworsteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesumoworsteld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesumoworsteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesumoworsteld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sumoworstelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesumoworsteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sumoworstelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van sumo zn en worstelen ww
Woordfamilie van sumoworstelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesumoworsteld | voltooid deelwoord | sumoworstelen |
| sumoworstel | gebiedende wijs | sumoworstelen |
| sumoworstelde | verleden tijd | sumoworstelen |
| sumoworstelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | sumoworstelen |
| sumoworstelend | onvoltooid deelwoord | sumoworstelen |
| sumoworstelende | woordvorm | sumoworstelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sumoworstelen zijn vastgelegd.