| er is gesuild |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gesuild |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gesuild |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gesuild |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gesuild worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gesuild zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gesuild worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gesuild zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gesuild |
verleden tijd, deelwoord
|
| gesuild te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gesuild zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gesuild |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gesuild |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gesuild |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gesuild |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gesuild |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gesuild |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gesuild |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gesuild |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gesuild |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gesuild |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gesuild |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gesuild |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gesuild |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gesuild |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gesuild |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| suil |
gebiedende wijs
|
| suilde |
verleden tijd
|
| suile |
aanvoegende wijs
|
| suilend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gesuild |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te suilen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen suilen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal gesuild hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gesuild hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gesuild hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gesuild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gesuild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gesuild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gesuild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gesuild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gesuild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gesuild hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gesuild hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gesuild hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gesuild hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen suilen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gesuild hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult suilen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|