subsidiëren
werkwoordBetekenis
- van overheidswege financiële hulp voor een bepaalde activiteit, ver- of aankoop verlenen
Vervoeging van subsidiëren
subsidiërenhele werkwoord — subsidieerdeverleden tijd enkelvoud — subsidieerdenverleden tijd meervoud — gesubsidieerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | subsidieer | subsidieerde |
| jij | subsidieert | subsidieerde |
| hij, zij, het | subsidieert | subsidieerde |
| wij | subsidiëren | subsidieerden |
| jullie | subsidiëren | subsidieerden |
| zij | subsidiëren | subsidieerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesubsidieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesubsidieerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesubsidieerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesubsidieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesubsidieerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesubsidieerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesubsidieerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesubsidieerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesubsidieerd | verleden tijd, deelwoord |
| gesubsidieerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesubsidieerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesubsidieerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesubsidieerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesubsidieerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesubsidieerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesubsidieerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesubsidieerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesubsidieerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesubsidieerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesubsidieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| subsidieer | gebiedende wijs |
| subsidieerde | verleden tijd |
| subsidiëre | aanvoegende wijs |
| subsidiërend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesubsidieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te subsidiëren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen subsidiëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesubsidieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesubsidieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesubsidieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesubsidieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesubsidieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesubsidieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesubsidieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesubsidieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesubsidieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesubsidieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesubsidieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesubsidieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesubsidieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesubsidieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesubsidieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesubsidieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesubsidieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesubsidieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesubsidieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesubsidieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesubsidieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesubsidieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesubsidieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesubsidieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesubsidieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesubsidieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesubsidieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesubsidieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen subsidiëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesubsidieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesubsidieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesubsidieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult subsidiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘subsidie geven aan’ voor het eerst aangetroffen in 1678
Woordfamilie van subsidiëren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesubsidieerd | voltooid deelwoord | subsidiëren |
| subsidieer | gebiedende wijs | subsidiëren |
| subsidieerde | verleden tijd | subsidiëren |
| subsidieerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | subsidiëren |
| subsidieert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | subsidiëren |
| subsidiëre | aanvoegende wijs | subsidiëren |
| subsidiërend | onvoltooid deelwoord | subsidiëren |
| subsidiërende | woordvorm | subsidiëren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van subsidiëren zijn vastgelegd.