sublimeren
werkwoordBetekenis
- van vaste fase direct in gasfase overgaan, vervluchtigen
- een vaste stof eerst verdampen en daarna deze dampen neer laten slaan (deponeren) wat weer een vaste stof oplevert
- naar een hoger niveau opheffen, veredelen
- het omzetten van oerdriften in sociaal of maatschappelijk geaccepteerde vormen
Vervoeging van sublimeren
sublimerenhele werkwoord — sublimeerdeverleden tijd enkelvoud — sublimeerdenverleden tijd meervoud — gesublimeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sublimeer | sublimeerde |
| jij | sublimeert | sublimeerde |
| hij, zij, het | sublimeert | sublimeerde |
| wij | sublimeren | sublimeerden |
| jullie | sublimeren | sublimeerden |
| zij | sublimeren | sublimeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesublimeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesublimeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesublimeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesublimeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesublimeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesublimeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesublimeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesublimeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesublimeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gesublimeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesublimeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesublimeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesublimeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesublimeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesublimeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesublimeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesublimeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesublimeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesublimeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesublimeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sublimeer | gebiedende wijs |
| sublimeerde | verleden tijd |
| sublimere | aanvoegende wijs |
| sublimerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesublimeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sublimeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sublimeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesublimeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesublimeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesublimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesublimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesublimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesublimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesublimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesublimeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesublimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesublimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesublimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesublimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesublimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesublimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesublimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesublimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesublimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesublimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesublimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesublimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesublimeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesublimeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesublimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesublimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesublimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesublimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesublimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesublimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sublimeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesublimeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesublimeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesublimeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sublimeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘naar een hoger niveau brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1784
Woordfamilie van sublimeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesublimeerd | voltooid deelwoord | sublimeren |
| sublimeer | gebiedende wijs | sublimeren |
| sublimeerde | verleden tijd | sublimeren |
| sublimeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | sublimeren |
| sublimeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | sublimeren |
| sublimere | aanvoegende wijs | sublimeren |
| sublimerend | onvoltooid deelwoord | sublimeren |
| sublimerende | woordvorm | sublimeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sublimeren zijn vastgelegd.