stulp
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- armoedig woninkje
- stolp
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stulpen | meervoud |
| stulpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stulpjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stulpen
- gebiedende wijs van stulpen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stulpen
Vervoeging van stulp
stulphele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘deksel’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van stulp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stulpje | verkleinwoord | stulp |
| stulpjes | verkleinwoord meervoud | stulp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stulp zijn vastgelegd.