stropdas
zelfstandig naamwoordBetekenis
- lange, smalle reep stof die onder de kraag van het overhemd wordt vastgeknoopt en waarin een sierknoop gelegd wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stropdasje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stropdasjes | verkleinwoord, meervoud |
| stropdassen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘hoge, nauw om de hals sluitende das’ voor het eerst aangetroffen in 1733
Woordfamilie van stropdas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stropdasje | verkleinwoord | stropdas |
| stropdasjes | verkleinwoord meervoud | stropdas |
| stropdassen | meervoud | stropdas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stropdas zijn vastgelegd.