strijker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die (beroepsmatig) een strijkinstrument bespeelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| strijkers | meervoud |
| strijkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| strijkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van strijken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van strijker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| strijkers | meervoud | strijker |
| strijkertje | verkleinwoord | strijker |
| strijkertjes | verkleinwoord meervoud | strijker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strijker zijn vastgelegd.