blazer
zelfstandig naamwoord ˈblazərBetekenis
- iemand die blaast
- iemand die een blaasinstrument bespeelt
- iemand die glaswerk blaast
- een historisch houten zeilschip voor vracht en visserij met één of twee masten, verwant aan de botter
- een sportief, vaak donkerblauw, jasje met goudkleurige knopen
Hoe spreek je blazer uit?
/ˈblazər/
Blazer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| a | maan |
| z | zon |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- houten zeilschip voor vracht en visserij met één of twee masten, verwant aan de botter historical
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blazers | enkelvoud |
| blazertje | verkleinwoord |
| blazertjes | verkleinwoord, enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- sportief, vaak donkerblauw, jasje met goudkleurige knopen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blazers | enkelvoud |
| blazertje | verkleinwoord |
| blazertjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordfamilie van blazer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blazers | enkelvoud | blazer |
| blazertje | verkleinwoord | blazer |
| blazertjes | verkleinwoord | blazer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blazer zijn vastgelegd.