Naar de inhoud

stilhouden

zich ~ door te zwijgen onopvallend trachten te zijn

stilhouden

werkwoord

Betekenis

  1. zich ~ door te zwijgen onopvallend trachten te zijn
  2. iets ~ iets opzettelijk niet aan de openbaarheid prijsgeven
  3. ophouden met rijden of lopen

Vervoeging van stilhouden

stilhoudenhele werkwoord — hield stilverleden tijd enkelvoud — hielden stilverleden tijd meervoud — stilgehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou stil hield stil
jij houdt stil hield stil
hij, zij, het houdt stil hield stil
wij houden stil hielden stil
jullie houden stil hielden stil
zij houden stil hielden stil
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is stilgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was stilgehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd stilgehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt stilgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal stilgehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal stilgehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou stilgehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou stilgehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had stilgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had stilgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had stilgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden stilgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden stilgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden stilgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt stilgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben stilgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield stil verleden tijd
hou houd u/je stil, houdt je stil gebiedende wijs
hou stil gebiedende wijs
houd stil gebiedende wijs
is stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stil te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stil te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
stil zal houden bijzin, toekomende tijd
stil zou houden bijzin, voorwaardelijk
stil zouden houden bijzin, voorwaardelijk
stil zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
stil zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
stil zullen houden bijzin, toekomende tijd
stil zult houden bijzin, toekomende tijd
stilgehouden verleden tijd, deelwoord
stilgehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stilgehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
stilgehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
stilgehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
stilgehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
stilgehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
stilgehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
stilgehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
stilgehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
stilgehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
stilhield bijzin, verleden tijd
stilhielden bijzin, verleden tijd
stilhou bijzin, tegenwoordige tijd
stilhoud bijzin, tegenwoordige tijd
stilhoudend onvoltooid, deelwoord
stilhoudt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben stilgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stilhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart stilgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren stilgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren stilgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren stilgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was stilgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was stilgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was stilgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt stilgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me stilhouden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal stilgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stilgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal stilgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stilgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stilgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal stilgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal stilgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stilhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stilhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stilhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal stilhouden bijzin, toekomende tijd
zal zich stilhouden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je stilhouden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich stilgehouden hebben verleden tijd
zich stilhoudend onvoltooid, deelwoord
zijn stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt stilgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou stilgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stilgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stilgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stilgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stilgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou stilgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stilgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou stilgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou stilgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stilhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stilhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stilhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou stilhouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) stilhouden stil zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden stilgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden stilgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden stilgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stilgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stilgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stilgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stilgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden stilgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden stilgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stilhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stilhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stilhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden stilhouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt stilgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stilgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stilgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stilhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt stilhouden bijzin, voorwaardelijk
zullen je stilhouden tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons stilhouden eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen stilgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen stilgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen stilgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stilgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stilgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van stil en houden

Woordfamilie van stilhouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hield stil verleden tijd stilhouden
hielden stil aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stilhouden
hou stil gebiedende wijs stilhouden
houd stil gebiedende wijs stilhouden
houde stil woordvorm stilhouden
houden stil aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon stilhouden
houdt stil aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stilhouden
stilgehouden voltooid deelwoord stilhouden
stilhield subordinate-clause, verleden tijd stilhouden
stilhielden subordinate-clause, verleden tijd stilhouden
stilhou subordinate-clause, tegenwoordige tijd stilhouden
stilhoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd stilhouden
stilhoude with-subordinate-clause stilhouden
stilhoudend onvoltooid deelwoord stilhouden
stilhoudende woordvorm stilhouden
stilhoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd stilhouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stilhouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over stilhouden

Wat betekent stilhouden?
Stilhouden is een werkwoord. Het woord betekent: zich ~ door te zwijgen onopvallend trachten te zijn. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je stilhouden?
Je vervoegt stilhouden als volgt: het voltooid deelwoord is stilgehouden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stilhouden is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 1
  4. L 3
  5. H 4
  6. O 1
  7. U 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stilhouden levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 2
  4. L 3
  5. H 4
  6. O 1
  7. U 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stilhouden in het kort

stilhouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van stilhouden zijn 101 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stilhouden bij een woordfamilie van 16 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stilhouden: zich ~ door te zwijgen onopvallend trachten te zijn
Deel stilhouden — standaardnederlands.nl