richting
voorzetsel, zelfstandig naamwoord ˈrɪxtɪŋBetekenis
- de kant op van, in de richting van
- de juiste kant
Hoe spreek je richting uit?
/ˈrɪxtɪŋ/
Richting bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- de kant die men op moet gaan om een bestemming te bereiken
- onderdeel of afdeling van iets groters
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘het richten, kant waarheen iem. gaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1786
Woordfamilie van richting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| richtingen | meervoud | richting |
| richtinkje | woordvorm | richting |
| richtinkjes | meervoud | richting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van richting zijn vastgelegd.