stenigen
werkwoordBetekenis
- met steenworpen doden
Vervoeging van stenigen
stenigenhele werkwoord — stenigdeverleden tijd enkelvoud — stenigdenverleden tijd meervoud — gestenigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stenig | stenigde |
| jij | stenigt | stenigde |
| hij, zij, het | stenigt | stenigde |
| wij | stenigen | stenigden |
| jullie | stenigen | stenigden |
| zij | stenigen | stenigden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gestenigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestenigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestenigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestenigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestenigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestenigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestenigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestenigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestenigd | verleden tijd, deelwoord |
| gestenigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestenigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestenigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestenigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestenigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestenigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestenigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestenigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestenigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestenigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestenigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestenigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestenigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestenigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestenigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestenigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestenigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestenigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stenig | gebiedende wijs |
| stenigde | verleden tijd |
| stenige | aanvoegende wijs |
| stenigend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gestenigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te stenigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stenigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestenigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestenigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestenigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestenigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestenigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestenigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestenigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gestenigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gestenigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestenigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestenigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gestenigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestenigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestenigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestenigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestenigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestenigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestenigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestenigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestenigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestenigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestenigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestenigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestenigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestenigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestenigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestenigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestenigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestenigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestenigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestenigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestenigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestenigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestenigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stenigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestenigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestenigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestenigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stenigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘met stenen doodgooien’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Woordfamilie van stenigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestenigd | voltooid deelwoord | stenigen |
| gestenigde | woordvorm | stenigen |
| stenigde | verleden tijd | stenigen |
| stenigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stenigen |
| stenigend | onvoltooid deelwoord | stenigen |
| stenigende | woordvorm | stenigen |
| stenigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stenigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stenigen zijn vastgelegd.