Naar de inhoud

stenigen

met steenworpen doden

stenigen

werkwoord

Betekenis

  1. met steenworpen doden

Vervoeging van stenigen

stenigenhele werkwoord — stenigdeverleden tijd enkelvoud — stenigdenverleden tijd meervoud — gestenigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stenig stenigde
jij stenigt stenigde
hij, zij, het stenigt stenigde
wij stenigen stenigden
jullie stenigen stenigden
zij stenigen stenigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestenigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestenigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestenigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestenigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestenigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestenigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestenigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestenigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestenigd verleden tijd, deelwoord
gestenigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestenigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestenigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestenigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestenigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestenigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestenigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestenigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestenigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestenigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestenigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestenigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestenigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestenigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestenigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestenigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestenigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestenigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stenig gebiedende wijs
stenigde verleden tijd
stenige aanvoegende wijs
stenigend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestenigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stenigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stenigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestenigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestenigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestenigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestenigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestenigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestenigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestenigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestenigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestenigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestenigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestenigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestenigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestenigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestenigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestenigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestenigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestenigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestenigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestenigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestenigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestenigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestenigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestenigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestenigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestenigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stenigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stenigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stenigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestenigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestenigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestenigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestenigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestenigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestenigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestenigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stenigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stenigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stenigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestenigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestenigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestenigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestenigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestenigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestenigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stenigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stenigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stenigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestenigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestenigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stenigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestenigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestenigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestenigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestenigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestenigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestenigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stenigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stenigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stenigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stenigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestenigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestenigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestenigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stenigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘met stenen doodgooien’ voor het eerst aangetroffen in 1477

Woordfamilie van stenigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestenigd voltooid deelwoord stenigen
gestenigde woordvorm stenigen
stenigde verleden tijd stenigen
stenigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stenigen
stenigend onvoltooid deelwoord stenigen
stenigende woordvorm stenigen
stenigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stenigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stenigen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over stenigen

Wat is de betekenis van stenigen?
Stenigen is een werkwoord. De betekenis is: met steenworpen doden.
Hoe vervoeg ik stenigen?
Zo vervoeg je stenigen zo: de tegenwoordige tijd is stenig, de verleden tijd is stenigde en het voltooid deelwoord is gestenigd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stenigen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. N 1
  5. I 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stenigen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. N 1
  5. I 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stenigen in het kort

stenigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van stenigen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort stenigen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

stenigen: met steenworpen doden
Deel stenigen — standaardnederlands.nl