steng
zelfstandig naamwoordBetekenis
- verlengstuk van de mast, boven in de mast te hijsen op een zeilschip
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stengen | meervoud |
| stengetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stengetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘houten staak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401
Woordfamilie van steng
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stengen | meervoud | steng |
| stengetje | verkleinwoord | steng |
| stengetjes | verkleinwoord meervoud | steng |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steng zijn vastgelegd.