Naar de inhoud

statten

de stad ingaan om er te gaan winkelen of er anderszins aangenaam de tijd door te brengen

statten

werkwoord

Betekenis

  1. de stad ingaan om er te gaan winkelen of er anderszins aangenaam de tijd door te brengen

Vervoeging van statten

stattenhele werkwoord — statteverleden tijd enkelvoud — gestatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stat statte
jij stat statte
hij, zij, het stat statte
wij statten —
jullie statten —
zij statten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gestat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestat verleden tijd, deelwoord
gestat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stat gebiedende wijs
statte verleden tijd
statte aanvoegende wijs
stattend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te statten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen statten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gestat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen statten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van statten

Vervoeging van statten

stattenhele werkwoord — statteverleden tijd enkelvoud — gestatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stat statte
jij stat statte
hij, zij, het stat statte
wij statten —
jullie statten —
zij statten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gestat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestat verleden tijd, deelwoord
gestat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stat gebiedende wijs
statte verleden tijd
statte aanvoegende wijs
stattend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te statten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen statten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gestat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt statten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen statten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult statten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van statten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestat voltooid deelwoord statten
stat gebiedende wijs statten
statte verleden tijd statten
stattend onvoltooid deelwoord statten
stattende woordvorm statten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van statten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over statten

Wat is de betekenis van statten?
Statten is een werkwoord. De betekenis is: de stad ingaan om er te gaan winkelen of er anderszins aangenaam de tijd door te brengen.
Hoe vervoeg ik statten?
Zo vervoeg je statten zo: de tegenwoordige tijd is stat, de verleden tijd is statte en het voltooid deelwoord is gestat. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord statten is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

statten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 85 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 85 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

statten telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

statten in het kort

statten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van statten staan er 37 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort statten bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

statten: de stad ingaan om er te gaan winkelen of er anderszins aangenaam de tijd door te brengen
Deel statten — standaardnederlands.nl