standaardiseren
werkwoordBetekenis
- alles onderwerpen aan een vooraf bepaalde standaard
- de concentratie van een oplossing nader nauwkeurig vaststellen door titratie tegen een standaard met een bekende concentratie
- tot een éénheid brengen
Vervoeging van standaardiseren
standaardiserenhele werkwoord — standaardiseerdeverleden tijd enkelvoud — standaardiseerdenverleden tijd meervoud — gestandaardiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | standaardiseer | standaardiseerde |
| jij | standaardiseert | standaardiseerde |
| hij, zij, het | standaardiseert | standaardiseerde |
| wij | standaardiseren | standaardiseerden |
| jullie | standaardiseren | standaardiseerden |
| zij | standaardiseren | standaardiseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gestandaardiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestandaardiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestandaardiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestandaardiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestandaardiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestandaardiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestandaardiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestandaardiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestandaardiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gestandaardiseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestandaardiseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestandaardiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestandaardiseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestandaardiseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestandaardiseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestandaardiseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestandaardiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestandaardiseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestandaardiseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestandaardiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| standaardiseer | gebiedende wijs |
| standaardiseerde | verleden tijd |
| standaardisere | aanvoegende wijs |
| standaardiserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gestandaardiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te standaardiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen standaardiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestandaardiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gestandaardiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gestandaardiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestandaardiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestandaardiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gestandaardiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestandaardiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestandaardiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestandaardiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestandaardiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestandaardiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestandaardiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestandaardiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestandaardiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestandaardiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestandaardiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestandaardiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestandaardiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestandaardiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestandaardiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestandaardiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestandaardiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestandaardiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestandaardiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestandaardiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestandaardiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestandaardiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestandaardiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen standaardiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestandaardiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestandaardiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestandaardiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult standaardiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘brengen tot een eenheid’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Woordfamilie van standaardiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestandaardiseerd | voltooid deelwoord | standaardiseren |
| standaardiseer | gebiedende wijs | standaardiseren |
| standaardiseerde | verleden tijd | standaardiseren |
| standaardiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | standaardiseren |
| standaardiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | standaardiseren |
| standaardisere | aanvoegende wijs | standaardiseren |
| standaardiserend | onvoltooid deelwoord | standaardiseren |
| standaardiserende | woordvorm | standaardiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van standaardiseren zijn vastgelegd.