stamhoofd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de baas/leider van een stam.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stamhoofden | meervoud |
| stamhoofdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stamhoofdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van stam en hoofd
Woordfamilie van stamhoofd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stamhoofden | meervoud | stamhoofd |
| stamhoofdje | verkleinwoord | stamhoofd |
| stamhoofdjes | verkleinwoord meervoud | stamhoofd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stamhoofd zijn vastgelegd.