stamgroep
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de basisgroep leerlingen waarvan men lid is, maar waar men niet de hele dag dezelfde lessen mee heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stamgroepen | meervoud |
| stamgroepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stamgroepjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van stam zn en groep zn
Woordfamilie van stamgroep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stamgroepen | meervoud | stamgroep |
| stamgroepje | verkleinwoord | stamgroep |
| stamgroepjes | verkleinwoord meervoud | stamgroep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stamgroep zijn vastgelegd.