Naar de inhoud

stamelen

onsamenhangend en onzeker spreken

stamelen

werkwoord

Betekenis

  1. onsamenhangend en onzeker spreken

Vervoeging van stamelen

stamelenhele werkwoord — stameldeverleden tijd enkelvoud — stameldenverleden tijd meervoud — gestameldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stamel stamelde
jij stamelt stamelde
hij, zij, het stamelt stamelde
wij stamelen stamelden
jullie stamelen stamelden
zij stamelen stamelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestameld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestameld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestameld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestameld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestameld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestameld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestameld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestameld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestameld verleden tijd, deelwoord
gestameld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestameld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestameld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestameld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestameld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestameld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestameld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestameld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestameld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestameld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestameld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestameld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestameld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestameld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestameld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stamel gebiedende wijs
stamelde verleden tijd
stamele aanvoegende wijs
stamelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestameld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stamelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stamelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestameld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestameld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestameld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestameld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestameld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestameld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestameld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestameld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestameld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestameld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestameld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestameld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestameld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestameld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestameld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestameld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestameld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestameld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestameld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestameld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestameld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestameld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestameld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestameld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestameld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestameld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestameld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stamelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestameld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestameld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestameld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestameld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestameld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestameld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stamelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestameld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestameld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestameld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stamelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘gebrekkig spreken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van stamelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestameld voltooid deelwoord stamelen
gestamelde woordvorm stamelen
stamel gebiedende wijs stamelen
stamelde verleden tijd stamelen
stamelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stamelen
stamele aanvoegende wijs stamelen
stamelend onvoltooid deelwoord stamelen
stamelende woordvorm stamelen
stamelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stamelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stamelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over stamelen

Wat is de betekenis van stamelen?
Stamelen is een werkwoord. De betekenis is: onsamenhangend en onzeker spreken.
Hoe vervoeg ik stamelen?
Zo vervoeg je stamelen zo: de tegenwoordige tijd is stamel, de verleden tijd is stamelde en het voltooid deelwoord is gestameld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stamelen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stamelen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stamelen in het kort

stamelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van stamelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort stamelen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

stamelen: onsamenhangend en onzeker spreken
Deel stamelen — standaardnederlands.nl