Naar de inhoud

stabiliseren

stabiel maken, bestendigen

stabiliseren

werkwoord

Betekenis

  1. stabiel maken, bestendigen
  2. stabiel worden

Vervoeging van stabiliseren

stabiliserenhele werkwoord — stabiliseerdeverleden tijd enkelvoud — stabiliseerdenverleden tijd meervoud — gestabiliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stabiliseer stabiliseerde
jij stabiliseert stabiliseerde
hij, zij, het stabiliseert stabiliseerde
wij stabiliseren stabiliseerden
jullie stabiliseren stabiliseerden
zij stabiliseren stabiliseerden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben gestabiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestabiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestabiliseerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was gestabiliseerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd gestabiliseerd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt gestabiliseerd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gestabiliseerd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gestabiliseerd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou gestabiliseerd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou gestabiliseerd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestabiliseerd verleden tijd, deelwoord
gestabiliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestabiliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestabiliseerd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestabiliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestabiliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestabiliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestabiliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestabiliseerd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestabiliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestabiliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben gestabiliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is gestabiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestabiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stabiliseer gebiedende wijs
stabiliseerde verleden tijd
stabilisere aanvoegende wijs
stabiliserend onvoltooid, deelwoord
te hebben/zijn gestabiliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stabiliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stabiliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestabiliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestabiliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestabiliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestabiliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestabiliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestabiliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestabiliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestabiliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestabiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestabiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestabiliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gestabiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestabiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestabiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestabiliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestabiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestabiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestabiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestabiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestabiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestabiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestabiliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestabiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestabiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestabiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stabiliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestabiliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestabiliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stabiliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘duurzaam maken’ voor het eerst aangetroffen in 1886

Woordfamilie van stabiliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestabiliseerd voltooid deelwoord stabiliseren
stabiliseer gebiedende wijs stabiliseren
stabiliseerde verleden tijd stabiliseren
stabiliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stabiliseren
stabiliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stabiliseren
stabilisere aanvoegende wijs stabiliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stabiliseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over stabiliseren

Wat betekent stabiliseren?
Stabiliseren is een werkwoord. Het woord betekent: stabiel maken, bestendigen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je stabiliseren?
Je vervoegt stabiliseren als volgt: de tegenwoordige tijd is stabiliseer, de verleden tijd is stabiliseerde en het voltooid deelwoord is gestabiliseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stabiliseren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. B 3
  5. I 1
  6. L 3
  7. I 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stabiliseren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. B 4
  5. I 2
  6. L 3
  7. I 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stabiliseren in het kort

stabiliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van stabiliseren zijn 63 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stabiliseren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stabiliseren: stabiel maken, bestendigen
Deel stabiliseren — standaardnederlands.nl