stabilisator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hulpmiddel om de stabiliteit te verbeteren
- stof die een chemische reactie vertraagt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stabilisatoren | meervoud |
| stabilisators | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘middel om stabiliteit te verbeteren’ voor het eerst aangetroffen in 1911
Woordfamilie van stabilisator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stabilisatoren | meervoud | stabilisator |
| stabilisators | meervoud | stabilisator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stabilisator zijn vastgelegd.