Naar de inhoud

spuien

overtollig water weg laten vloeien

spuien is meer dan één woord

spuien

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. overtollig water weg laten vloeien
  2. overdrachtelijk opgekropt ongenoegen uiten
  3. tweede betekenisomschrijving.
  4. enz.

Vervoeging van spuien

spuienhele werkwoord — spuideverleden tijd enkelvoud — spuidenverleden tijd meervoud — gespuidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spui spuide
jij spuit spuide
hij, zij, het spuit spuide
wij spuien spuiden
jullie spuien spuiden
zij spuien spuiden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gespuid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gespuid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gespuid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gespuid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gespuid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gespuid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gespuid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gespuid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gespuid verleden tijd, deelwoord
gespuid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespuid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespuid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespuid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespuid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespuid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespuid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespuid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespuid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespuid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespuid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespuid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespuid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespuid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespuid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespuid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespuid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespuid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spui gebiedende wijs
spuide verleden tijd
spuie aanvoegende wijs
spuiend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespuid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spuien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spuien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gespuid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespuid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gespuid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespuid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gespuid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gespuid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gespuid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gespuid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gespuid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gespuid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gespuid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gespuid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gespuid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gespuid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gespuid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gespuid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gespuid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gespuid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gespuid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gespuid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gespuid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespuid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespuid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gespuid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespuid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spuien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spuien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spuien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gespuid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gespuid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespuid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespuid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespuid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespuid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespuid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spuien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spuien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spuien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespuid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespuid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespuid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespuid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespuid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespuid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spuien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spuien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spuien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespuid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespuid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spuien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespuid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespuid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespuid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespuid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespuid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespuid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spuien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spuien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spuien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spuien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespuid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespuid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespuid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spuien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord spui

Herkomst

In de betekenis van ‘lozen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1828

Woordfamilie van spuien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gespuid voltooid deelwoord spuien
gespuide woordvorm spuien
spuide verleden tijd spuien
spuiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon spuien
spuie aanvoegende wijs spuien
spuiend onvoltooid deelwoord spuien
spuiende woordvorm spuien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spuien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over spuien

Wat betekent spuien?
Spuien is een werkwoord. Het woord betekent: overtollig water weg laten vloeien. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je spuien?
Je vervoegt spuien als volgt: de tegenwoordige tijd is spui, de verleden tijd is spuide en het voltooid deelwoord is gespuid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord spuien is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. U 4
  4. I 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

spuien levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. U 2
  4. I 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

spuien telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

spuien in het kort

spuien is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van spuien zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort spuien bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

spuien: overtollig water weg laten vloeien
Deel spuien — standaardnederlands.nl