Naar de inhoud

spoliëren

plunderen, een rechtmatig deel onthouden

spoliëren

werkwoord

Betekenis

  1. plunderen, een rechtmatig deel onthouden

Vervoeging van spoliëren

spoliërenhele werkwoord — spolieerdeverleden tijd enkelvoud — spolieerdenverleden tijd meervoud — gespolieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spolieer spolieerde
jij spolieert spolieerde
hij, zij, het spolieert spolieerde
wij spoliëren spolieerden
jullie spoliëren spolieerden
zij spoliëren spolieerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gespolieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gespolieerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gespolieerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gespolieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gespolieerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gespolieerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gespolieerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gespolieerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gespolieerd verleden tijd, deelwoord
gespolieerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespolieerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespolieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespolieerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespolieerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespolieerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespolieerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespolieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespolieerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespolieerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespolieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespolieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespolieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespolieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespolieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespolieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespolieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespolieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spolieer gebiedende wijs
spolieerde verleden tijd
spoliëre aanvoegende wijs
spoliërend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespolieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spoliëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spoliëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gespolieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespolieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gespolieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespolieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gespolieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gespolieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gespolieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gespolieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gespolieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespolieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespolieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gespolieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespolieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gespolieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gespolieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespolieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespolieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespolieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespolieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespolieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespolieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespolieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespolieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespolieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespolieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespolieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespolieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespolieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespolieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespolieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespolieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespolieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespolieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespolieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spoliëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespolieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespolieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespolieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spoliëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse spolier (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van spoliëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gespolieerd voltooid deelwoord spoliëren
gespolieerde woordvorm spoliëren
spolieer gebiedende wijs spoliëren
spolieerde verleden tijd spoliëren
spolieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon spoliëren
spolieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon spoliëren
spoliëre aanvoegende wijs spoliëren
spoliërend onvoltooid deelwoord spoliëren
spoliërende woordvorm spoliëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spoliëren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over spoliëren

Wat betekent spoliëren?
Spoliëren is een werkwoord. Het woord betekent: plunderen, een rechtmatig deel onthouden.
Hoe vervoeg je spoliëren?
Je vervoegt spoliëren als volgt: de tegenwoordige tijd is spolieer, de verleden tijd is spolieerde en het voltooid deelwoord is gespolieerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord spoliëren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. O 1
  4. L 3
  5. I 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

spoliëren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. O 1
  4. L 3
  5. I 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

spoliëren in het kort

spoliëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van spoliëren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort spoliëren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

spoliëren: plunderen, een rechtmatig deel onthouden
Deel spoliëren — standaardnederlands.nl