Naar de inhoud

speten

aan een spies rijgen

speten is meer dan één woord

speten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. aan een spies rijgen

Vervoeging van speten

spetenhele werkwoord — speetteverleden tijd enkelvoud — speettenverleden tijd meervoud — gespeetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik speet speette
jij speet speette
hij, zij, het speet speette
wij speten speetten
jullie speten speetten
zij speten speetten
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gespeet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gespeet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gespeet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gespeet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gespeet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gespeet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gespeet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gespeet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gespeet verleden tijd, deelwoord
gespeet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespeet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespeet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespeet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespeet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespeet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespeet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespeet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespeet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespeet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespeet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespeet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespeet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespeet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespeet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespeet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespeet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespeet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespeet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespeet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespeet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespeet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespeet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespeet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespeet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gespeet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
speet gebiedende wijs
speette verleden tijd
spete aanvoegende wijs
spetend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespeet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te speten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen speten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gespeet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gespeet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gespeet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gespeet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gespeet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gespeet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gespeet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespeet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespeet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gespeet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gespeet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal speten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal speten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal speten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gespeet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gespeet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespeet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespeet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gespeet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gespeet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou speten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou speten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou speten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespeet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespeet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespeet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespeet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespeet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden speten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden speten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden speten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespeet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt speten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespeet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespeet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespeet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespeet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespeet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen speten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen speten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen speten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen speten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespeet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult speten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord spit
  • meervoud van het zelfstandig naamwoord speet

Woordfamilie van speten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gespeet voltooid deelwoord speten
gespete woordvorm speten
speette verleden tijd speten
speetten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon speten
spete aanvoegende wijs speten
spetend onvoltooid deelwoord speten
spetende woordvorm speten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over speten

Wat is de betekenis van speten?
Speten is een werkwoord. De betekenis is: aan een spies rijgen.
Hoe vervoeg ik speten?
Zo vervoeg je speten zo: de tegenwoordige tijd is speet, de verleden tijd is speette en het voltooid deelwoord is gespeet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord speten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. E 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

speten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. E 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

speten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

speten in het kort

speten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van speten staan er 64 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort speten bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

speten: aan een spies rijgen
Deel speten — standaardnederlands.nl