spelevaren
werkwoordBetekenis
- voor het genoegen rondvaren
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van spelevaren
spelevarenhele werkwoord — spelevaardeverleden tijd enkelvoud — spelevaardenverleden tijd meervoud — gespelevaardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spelevaar | spelevaarde |
| jij | spelevaart | spelevaarde |
| hij, zij, het | spelevaart | spelevaarde |
| wij | spelevaren | spelevaarden |
| jullie | spelevaren | spelevaarden |
| zij | spelevaren | spelevaarden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gespelevaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gespelevaard | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gespelevaard | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gespelevaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gespelevaard worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gespelevaard zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gespelevaard worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gespelevaard zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gespelevaard | verleden tijd, deelwoord |
| gespelevaard te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespelevaard zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gespelevaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gespelevaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gespelevaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gespelevaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gespelevaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gespelevaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gespelevaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gespelevaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespelevaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gespelevaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespelevaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gespelevaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gespelevaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespelevaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespelevaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| spelevaar | gebiedende wijs |
| spelevaarde | verleden tijd |
| spelevare | aanvoegende wijs |
| spelevarend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gespelevaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te spelevaren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen spelevaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gespelevaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespelevaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gespelevaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gespelevaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespelevaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespelevaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gespelevaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespelevaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespelevaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gespelevaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gespelevaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespelevaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespelevaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen spelevaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gespelevaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult spelevaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van speel ww en varen met het invoegsel -e-
Woordfamilie van spelevaren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gespelevaard | voltooid deelwoord | spelevaren |
| spelevaar | gebiedende wijs | spelevaren |
| spelevaarde | verleden tijd | spelevaren |
| spelevaarden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | spelevaren |
| spelevaart | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | spelevaren |
| spelevare | aanvoegende wijs | spelevaren |
| spelevarend | onvoltooid deelwoord | spelevaren |
| spelevarende | woordvorm | spelevaren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spelevaren zijn vastgelegd.