speler
zelfstandig naamwoord ˈspelərBetekenis
- een deelnemer aan een spel of sport
- een partij
- iemand die toneel speelt, een toneelspeler
- iemand die een muziekinstrument bespeelt, muzikant b.v. een hobospeler
- apparaat dat kan (af)spelen b.v. een mp3-speler, cassettespeler, cd-speler, dvd-speler, filmspeler of platenspeler
Hoe spreek je speler uit?
/ˈspelər/
Speler bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| e | veel |
| l | land |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spelers | meervoud |
| spelertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spelertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van spelen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van speler
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spelers | meervoud | speler |
| spelertje | verkleinwoord | speler |
| spelertjes | verkleinwoord meervoud | speler |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speler zijn vastgelegd.