bespeler
zelfstandig naamwoord bə'spelərBetekenis
- iets of iemand die gebruik maakt van een (sport)faciliteit
- iemand die een muziekinstrument gebruikt om er muziek mee te maken
Hoe spreek je bespeler uit?
/bəˈspelər/
Bespeler bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| p | pak |
| e | veel |
| l | land |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bespelers | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van bespelen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van bespeler
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bespelers | meervoud | bespeler |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bespeler zijn vastgelegd.