speelhal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gelegenheid waar men zich tegen betaling met gokautomaten, flipperkasten, poolbiljarts, airhockey en videospelen kan vermaken.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speelhallen | meervoud |
| speelhalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speelhalletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van speel ww en hal
Woordfamilie van speelhal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speelhallen | meervoud | speelhal |
| speelhalletje | verkleinwoord | speelhal |
| speelhalletjes | verkleinwoord meervoud | speelhal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speelhal zijn vastgelegd.