speelgoedwinkel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zaak waar speelgoed en spellen worden verkocht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speelgoedwinkels | meervoud |
| speelgoedwinkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speelgoedwinkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van speelgoed en winkel
Woordfamilie van speelgoedwinkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speelgoedwinkels | meervoud | speelgoedwinkel |
| speelgoedwinkeltje | verkleinwoord | speelgoedwinkel |
| speelgoedwinkeltjes | verkleinwoord meervoud | speelgoedwinkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speelgoedwinkel zijn vastgelegd.