speelhelft
zelfstandig naamwoordBetekenis
- helft van een (voetbal)veld waarop een partij wordt gespeeld
- helft van de speelduur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speelhelften | meervoud |
| speelhelftje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speelhelftjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van speel ww en helft
Woordfamilie van speelhelft
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speelhelften | meervoud | speelhelft |
| speelhelftje | verkleinwoord | speelhelft |
| speelhelftjes | verkleinwoord meervoud | speelhelft |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speelhelft zijn vastgelegd.