Naar de inhoud

souteneren

souteneur zijn van

souteneren

werkwoord

Betekenis

  1. souteneur zijn van

Vervoeging van souteneren

soutenerenhele werkwoord — souteneerdeverleden tijd enkelvoud — souteneerdenverleden tijd meervoud — gesouteneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik souteneer souteneerde
jij souteneert souteneerde
hij, zij, het souteneert souteneerde
wij souteneren souteneerden
jullie souteneren souteneerden
zij souteneren souteneerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesouteneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesouteneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesouteneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesouteneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesouteneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesouteneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesouteneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesouteneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesouteneerd verleden tijd, deelwoord
gesouteneerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesouteneerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesouteneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesouteneerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesouteneerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesouteneerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesouteneerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesouteneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesouteneerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesouteneerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesouteneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesouteneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesouteneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesouteneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesouteneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesouteneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesouteneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesouteneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
souteneer gebiedende wijs
souteneerde verleden tijd
soutenere aanvoegende wijs
soutenerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesouteneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te souteneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen souteneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesouteneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesouteneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesouteneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesouteneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesouteneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesouteneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesouteneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesouteneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesouteneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesouteneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesouteneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesouteneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesouteneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal souteneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal souteneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal souteneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesouteneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesouteneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesouteneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesouteneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesouteneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesouteneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesouteneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou souteneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou souteneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou souteneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesouteneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesouteneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesouteneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesouteneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesouteneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesouteneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden souteneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden souteneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden souteneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesouteneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesouteneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt souteneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesouteneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesouteneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesouteneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesouteneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesouteneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesouteneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen souteneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen souteneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen souteneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen souteneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesouteneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesouteneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesouteneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult souteneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse soutenir (onderhouden) (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van souteneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesouteneerd voltooid deelwoord souteneren
gesouteneerde woordvorm souteneren
souteneer gebiedende wijs souteneren
souteneerde verleden tijd souteneren
souteneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon souteneren
souteneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon souteneren
soutenere aanvoegende wijs souteneren
soutenerend onvoltooid deelwoord souteneren
soutenerende woordvorm souteneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van souteneren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over souteneren

Wat betekent souteneren?
Souteneren is een werkwoord. Het woord betekent: souteneur zijn van.
Hoe vervoeg je souteneren?
Je vervoegt souteneren als volgt: de tegenwoordige tijd is souteneer, de verleden tijd is souteneerde en het voltooid deelwoord is gesouteneerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord souteneren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. O 1
  3. U 4
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

souteneren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. O 1
  3. U 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 14 zonder bonus
  12. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

souteneren in het kort

souteneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van souteneren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort souteneren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

souteneren: souteneur zijn van
Deel souteneren — standaardnederlands.nl